Samenvatting Cross-culturele psychologie
Hoofdstuk 2: Research Methods in Social Psychology
theorie een verzameling abstracte concepten die samen met stellingen aangeven hoe deze
concepten met elkaar in verbinding staan.
- Deze moest testbaar zijn.
Construct abstract theoretisch concept
Variabele een meetbaar representatie van een construct
Wetenschappelijke methode wordt een theorie tegenover bewijsmateriaal getest.
Boundary condition/ randvoorwaarde deze laat zien dat het effect alleen onder bepaalde
voorwaarden ontstaat.
Belang onderzoeksmethoden;
- Zorgen ervoor dat ideeën kunnen worden omgezet tot het testen van theorieën.
- Goede onderzoeksmethoden versterken de kwaliteit van onderzoek.
archival research Opgenomen data komt vanuit archieven
- Deze kunnen persoonlijke documenten (brieven/ dagboeken), creatieve producten (gedichten,
schilderijen, essays), biografieën of autobiografieën en geschiedenisstukken of regeringsstukken
bevatten.
- Voordeel van deze data: gedrag kan niet zijn beïnvloed doordat deelnemers niet wisten dat
zij meededen aan onderzoek.
- Nadeel van deze data: (1) je bent afhankelijk van de kwaliteit van de archiefinformatie, (2) Zelfs
indien associaties worden gevonden, is het onduidelijk hoe deze causaal verband houden.
Kwantitatief onderzoek gemiddelden, range, sterkten en betrouwbaarheid (t-test)
- Probability sampling bv. simple random sample
Experimenteel onderzoek om causale informatie te vinden.
- Quasi-experiment in een realistische setting, geen controle over deze setting
- ethisch verantwoord
- in sommige gevallen mogelijk met enig vertrouwen causale verbanden te leggen.
- randomized experiment complete controle over de setting, realisme vergaat zo wel.
- fieldexperiment experiment in het veld
Survey research Meten relevante bestaande variabelen in plaats van deze te manipuleren.
- in de vorm van interviews of en/of vragenlijsten.
- zoeken naar relevante verbanden, maar kunnen geen causale verbanden vaststellen.
- longitudinaal survey design variabelen op verschillende momenten meten.
- Om zekerder te zijn van causale verbanden.
Kwalitatief onderzoek geven aanvullende, of zelfs radicaal andere inzichten.
1/ Grounded theory; systematisch genereren van theorie over een specifiek fenomeen, met de
inductieve of ‘bottom-up’ manier.
2/ Andere technieken (bijv. interpretatieve fenomenologische analyse) richten zich op het
blootleggen en interpretatie van de subjectieve betekenis die deelnemers aan bepaalde kwesties of
gebeurtenissen toekennen.
,non-probability sampling quota sampling; selecteerd mensen op bepaalde eigenschappen
- Nadelen: (1) onderzoeker bepaalt wie hij benadert, (2) onmogelijk om een nauwkeurige
schatting van de sampling error te geven.
Discoursanalyse een familie van methoden voor het analyseren van gesprekken en teksten, met
als doel te onthullen hoe mensen betekenis geven aan hun alledaagse wereld.
Tirangulatie het gebruiken van meerdere onderzoeksmethoden.
- De sterkte punten van de ene methoden coveren zo de zwakte punten van de andere.
APA-richtlijnen:
1) institutional aproval; toestemming nodig van een instituut
2) informed consent
3) informed consent video- en geluidmateriaal
4) Cliënt/patiënt, student en ondergeschikte deelnemers aan onderzoek; beschermen tegen de
nadelige gevolgen van het weigeren of terugtrekken van deelname
5) afzien van informed consent; veldonderzoek
6) geven van vergoedingen; goed de deelnemer inlichten over de nadelen
7) misleiding in onderzoek
8) debriefing
9) rapporteren onderzoeksresultaten
Factorieel design twee of meer onafhankelijke variabelen worden binnen dezelfde studie
gemeten. Het bevat alle mogelijke combinaties van de onafhankelijke variabele.
- hoofdeffect het effect van elke afzonderlijke onafhankelijke variabele
- interactie effect effect tussen twee onafhankelijke variabelen
moderator wanneer/ onder welke voorwaarde
Mediator Hoe
Validiteiten experimenteel onderzoek
1) Interne validiteit de mate waarin een causale conclusie op basis van een studie rechtvaardig is.
- bedreiging: experimentele confound; andere onderzoeker in verschillende groepen.
2) Construct validiteit In hoeverre zijn de variabelen representatief voor wat je wil meten.
- bedreigingen:
(1) sociaal wenselijk gedrag,
- oplossen: Balanced Inventory of Desirable Responding (BIDR)
(2) demand characteristics; gaan zich gedragen naar hoe ze denken dat de onderzoeker wilt,
- oplossen met bv. een coverstory of niet-reactieve maatregelen (metingen
verrichten zonder dat dit wordt opgemerkt)
(3) verwachtingen van de proefleider
- experimenter expectancy effect; blind- dubbel blind onderzoek
3) Externe validiteit generaliseerbaarheid
, internet gebaseerde onderzoeken:
voordelen: gemak waarin op korte termijn een grote groep mensen benaderd kan worden;
daarnaast ook gemakkelijk verschillende landen, en sociale inkomen benaderbaar;
nadelen: verliest een deel van de controle, deelnemers doen het op verschillende tijdstippen onder
verschillende condities; Representativiteit; betrouwbaarheid en validiteit van de antwoorden en
deelnemers geven zichzelf op (kan systematisch variëren met populatie).
Kritiekpunten experimenten in sociale psychologie:
- Cultural embeddedness verschillende uitkomsten in verschillende culturele settings.
- Sociaal gedrag verschilt over tijd meta-analysen kunnen worden gebruikt om te kijken of
dit het geval was of niet.
- Beïnvloeding proefleider waarden, motieven en gedrag van proefleiders kunnen het experiment
beïnvloeden. ‘Proefleiders kunnen nooit geheel objectief zijn’.
Dataverzamelingstechnieken in sociaal psychologisch onderzoek:
(1) Observationele metingen; om gedrag te meten.
- Participant observatie; observator onderzoekt een groep, door hier zelf onopvallend in te
mengen.
- Voordelen: Vaak onopvallend worden gemaakt, zelfs als men weet dat men wordt geobserveerd,
hebben deelnemers minder gelegenheid het gedrag aan te passen dan bij het invullen van
vragenlijsten.
- Nadelen: Soms gedrag lastig te observeren of zelfs onmogelijk
(2) Zelf-report metingen; vaak sneller, makkelijker en goedkoper dan observationele metingen. Vaak
gebruikt indien gedrag niet direct observeerbaar is.
- twee methoden: interview of enquêtes
- grootste gevaar enquête; ambigious indien een vraag op meerdere manier kan worden
geïnterpreteerd.
- Nadelen: Het maken van goede interview vragen kan veel tijd kosten, deelnemers kunnen
wenselijke antwoorden geven
(3) Impliciete metingen; voor het meten van percepties, cognities en evaluaties die niet berusten op
het gebruikelijke type zelfrapportage, waardoor de nadelen van deze laatste.
- Vaak computer gebruik
- Voordelen: ongevoelig voor biases zoals sociaal wenselijkheid en demand characteristics; omdat
de respondenten de gegevens niet kan controleren. Daarnaast kan het ook dingen opvangen die
buiten bewustwording van een individu ligt.
Social neuroscience Een interdisciplinair gebied dat is gewijd aan het begrijpen hoe biologische
systemen sociale processen en gedragingen implementeren.
- fMRI bekendste om hersenfuncties te meten.
Hoofdstuk 2: Research Methods in Social Psychology
theorie een verzameling abstracte concepten die samen met stellingen aangeven hoe deze
concepten met elkaar in verbinding staan.
- Deze moest testbaar zijn.
Construct abstract theoretisch concept
Variabele een meetbaar representatie van een construct
Wetenschappelijke methode wordt een theorie tegenover bewijsmateriaal getest.
Boundary condition/ randvoorwaarde deze laat zien dat het effect alleen onder bepaalde
voorwaarden ontstaat.
Belang onderzoeksmethoden;
- Zorgen ervoor dat ideeën kunnen worden omgezet tot het testen van theorieën.
- Goede onderzoeksmethoden versterken de kwaliteit van onderzoek.
archival research Opgenomen data komt vanuit archieven
- Deze kunnen persoonlijke documenten (brieven/ dagboeken), creatieve producten (gedichten,
schilderijen, essays), biografieën of autobiografieën en geschiedenisstukken of regeringsstukken
bevatten.
- Voordeel van deze data: gedrag kan niet zijn beïnvloed doordat deelnemers niet wisten dat
zij meededen aan onderzoek.
- Nadeel van deze data: (1) je bent afhankelijk van de kwaliteit van de archiefinformatie, (2) Zelfs
indien associaties worden gevonden, is het onduidelijk hoe deze causaal verband houden.
Kwantitatief onderzoek gemiddelden, range, sterkten en betrouwbaarheid (t-test)
- Probability sampling bv. simple random sample
Experimenteel onderzoek om causale informatie te vinden.
- Quasi-experiment in een realistische setting, geen controle over deze setting
- ethisch verantwoord
- in sommige gevallen mogelijk met enig vertrouwen causale verbanden te leggen.
- randomized experiment complete controle over de setting, realisme vergaat zo wel.
- fieldexperiment experiment in het veld
Survey research Meten relevante bestaande variabelen in plaats van deze te manipuleren.
- in de vorm van interviews of en/of vragenlijsten.
- zoeken naar relevante verbanden, maar kunnen geen causale verbanden vaststellen.
- longitudinaal survey design variabelen op verschillende momenten meten.
- Om zekerder te zijn van causale verbanden.
Kwalitatief onderzoek geven aanvullende, of zelfs radicaal andere inzichten.
1/ Grounded theory; systematisch genereren van theorie over een specifiek fenomeen, met de
inductieve of ‘bottom-up’ manier.
2/ Andere technieken (bijv. interpretatieve fenomenologische analyse) richten zich op het
blootleggen en interpretatie van de subjectieve betekenis die deelnemers aan bepaalde kwesties of
gebeurtenissen toekennen.
,non-probability sampling quota sampling; selecteerd mensen op bepaalde eigenschappen
- Nadelen: (1) onderzoeker bepaalt wie hij benadert, (2) onmogelijk om een nauwkeurige
schatting van de sampling error te geven.
Discoursanalyse een familie van methoden voor het analyseren van gesprekken en teksten, met
als doel te onthullen hoe mensen betekenis geven aan hun alledaagse wereld.
Tirangulatie het gebruiken van meerdere onderzoeksmethoden.
- De sterkte punten van de ene methoden coveren zo de zwakte punten van de andere.
APA-richtlijnen:
1) institutional aproval; toestemming nodig van een instituut
2) informed consent
3) informed consent video- en geluidmateriaal
4) Cliënt/patiënt, student en ondergeschikte deelnemers aan onderzoek; beschermen tegen de
nadelige gevolgen van het weigeren of terugtrekken van deelname
5) afzien van informed consent; veldonderzoek
6) geven van vergoedingen; goed de deelnemer inlichten over de nadelen
7) misleiding in onderzoek
8) debriefing
9) rapporteren onderzoeksresultaten
Factorieel design twee of meer onafhankelijke variabelen worden binnen dezelfde studie
gemeten. Het bevat alle mogelijke combinaties van de onafhankelijke variabele.
- hoofdeffect het effect van elke afzonderlijke onafhankelijke variabele
- interactie effect effect tussen twee onafhankelijke variabelen
moderator wanneer/ onder welke voorwaarde
Mediator Hoe
Validiteiten experimenteel onderzoek
1) Interne validiteit de mate waarin een causale conclusie op basis van een studie rechtvaardig is.
- bedreiging: experimentele confound; andere onderzoeker in verschillende groepen.
2) Construct validiteit In hoeverre zijn de variabelen representatief voor wat je wil meten.
- bedreigingen:
(1) sociaal wenselijk gedrag,
- oplossen: Balanced Inventory of Desirable Responding (BIDR)
(2) demand characteristics; gaan zich gedragen naar hoe ze denken dat de onderzoeker wilt,
- oplossen met bv. een coverstory of niet-reactieve maatregelen (metingen
verrichten zonder dat dit wordt opgemerkt)
(3) verwachtingen van de proefleider
- experimenter expectancy effect; blind- dubbel blind onderzoek
3) Externe validiteit generaliseerbaarheid
, internet gebaseerde onderzoeken:
voordelen: gemak waarin op korte termijn een grote groep mensen benaderd kan worden;
daarnaast ook gemakkelijk verschillende landen, en sociale inkomen benaderbaar;
nadelen: verliest een deel van de controle, deelnemers doen het op verschillende tijdstippen onder
verschillende condities; Representativiteit; betrouwbaarheid en validiteit van de antwoorden en
deelnemers geven zichzelf op (kan systematisch variëren met populatie).
Kritiekpunten experimenten in sociale psychologie:
- Cultural embeddedness verschillende uitkomsten in verschillende culturele settings.
- Sociaal gedrag verschilt over tijd meta-analysen kunnen worden gebruikt om te kijken of
dit het geval was of niet.
- Beïnvloeding proefleider waarden, motieven en gedrag van proefleiders kunnen het experiment
beïnvloeden. ‘Proefleiders kunnen nooit geheel objectief zijn’.
Dataverzamelingstechnieken in sociaal psychologisch onderzoek:
(1) Observationele metingen; om gedrag te meten.
- Participant observatie; observator onderzoekt een groep, door hier zelf onopvallend in te
mengen.
- Voordelen: Vaak onopvallend worden gemaakt, zelfs als men weet dat men wordt geobserveerd,
hebben deelnemers minder gelegenheid het gedrag aan te passen dan bij het invullen van
vragenlijsten.
- Nadelen: Soms gedrag lastig te observeren of zelfs onmogelijk
(2) Zelf-report metingen; vaak sneller, makkelijker en goedkoper dan observationele metingen. Vaak
gebruikt indien gedrag niet direct observeerbaar is.
- twee methoden: interview of enquêtes
- grootste gevaar enquête; ambigious indien een vraag op meerdere manier kan worden
geïnterpreteerd.
- Nadelen: Het maken van goede interview vragen kan veel tijd kosten, deelnemers kunnen
wenselijke antwoorden geven
(3) Impliciete metingen; voor het meten van percepties, cognities en evaluaties die niet berusten op
het gebruikelijke type zelfrapportage, waardoor de nadelen van deze laatste.
- Vaak computer gebruik
- Voordelen: ongevoelig voor biases zoals sociaal wenselijkheid en demand characteristics; omdat
de respondenten de gegevens niet kan controleren. Daarnaast kan het ook dingen opvangen die
buiten bewustwording van een individu ligt.
Social neuroscience Een interdisciplinair gebied dat is gewijd aan het begrijpen hoe biologische
systemen sociale processen en gedragingen implementeren.
- fMRI bekendste om hersenfuncties te meten.