ARW 2
Week 1: strafrecht
Materieel strafrecht
- Ziet op de inhoud van het strafrecht
Onder nadere welke feiten zijn strafbaar en welke sancties zijn
daaraan verbonden
Formeel strafrecht: strafprocesrecht
- Ziet op de procedure die gevolgd moet worden zodra er sprake is
van een strafbaar feit
Inleiding
Indeling materiële strafrecht
- Algemeen deel
Boek 1 Sr -> algemene bepalingen
Art. 91 Sr: Dit boek is ook van toepassing op andere
strafwetten
- Bijzonder deel
Boek 2 Sr -> misdrijven
Ernstige strafbaar feiten
In andere wet in formele zin staat aangegeven als het een
misdrijf of overtreding is
Boek 3 Sr -> overtredingen
Minder ernstige strafbare feiten
In andere wet in formele zin staat aangegeven als het een
misdrijf of overtreding is
Lagere regelgeving (o.a. AMvB, ministeriële regeling,
prov./gem. verordening) -> overtreding
Specifieke wetten
Overtreding
, - 2 verschillende betekenissen
Overtreding in de zin van lichter strafbaar feit: geen misdrijf
Overtreding in de zin van gedraging in strijd met juridische norm:
ook misdrijf
Belang onderscheid misdrijf-overtreding
1. De bevoegdheid van de rechter in eerste aanleg
Absolute competentie
Hoofdregel:
Misdrijf -> sector straf, art. 45 RO
Overtreding -> sector kanton, art. 382 Sv
2. De delictsvormen poging, voorbereiding en medeplichtigheid zijn
alleen bij misdrijven strafbaar
Poging en voorbereiding -> art. 45 en 46 Sr
Medeplichtigheid -> art. 48 t/m 52 Sr
3. Wanneer een Nederlander in een ander land een misdrijf heeft
gepleegd, kan in Nederland een strafvervolging worden ingesteld, 2
voorwaarden
Op het feit staat een gevangenis van tenminste 8 jaar
Het delict is in het buitenland strafbaar gesteld
Strafbaar buiten landsgrenzen -> art. 5 en 7 Sr
4. Slechts op verdenking van het plegen van een misdrijf kan een bevel
tot voorlopige hechtenis worden gegeven
Voorlopige hechtenis -> art. 67 Sv
Legaliteitsbeginsel
Art. 1 lid 1 Sr
Art. 16 Gw
Art. 7 lid 1 EVRM
- ‘’geen feit is strafbaar dat uit kracht van een daaraan voorafgegane
wettelijke strafbepaling’’ -> nulla poena
‘’wettelijke strafbepaling’’
1.
a. Strafbaarheid op basis van geschreven delictsomschrijving
(niet o.b.v ongeschreven recht)
b. Terug te voeren op een wet in formele zin
2. Bepaaldheidsgebod -> voldoende nauwkeurig
Lex certa
3. Verbod van analogie
, Extensieve interpretatie mag wel
‘’daaraan voorafgegane’’
4. Verbod van terugwerkende kracht
Verandering wet na feit? -> gunstige bepaling voor
verdachte, art. 1 lid 2 Sr
Problematisch destijds bij bijv. computercriminaliteit en
joyriding
- Uitzondering op legaliteitsbeginsel
Misdrijven tegen de menselijkheid
Bijv. kort na WO II -> Neurenberg en Tokio
Art. 7 lid 2 EVRM: algemene rechtsbeginselen die door de
beschaafde volken worden erkend
Strafbaarheid: criteria
- Voorwaarden voor strafbaarheid gedraging:
1. Bestanddelen van de delictsomschrijving (delictsomschrijving is
vervuld)
2. Elementen (kunnen bestanddeel zijn)
a. Gedraging moet wederrechtelijk zijn
b. Dader moet schuld hebben
- Voorbeeld: art. 310 Sr
Bestanddelen: Hij die enig goed dat geheel of ten dele aan een
ander toebehoort wegneemt, met het oogmerk om het zich
wederrechtelijk toe te eigenen,
Kwalificatie: wordt, als schuldig aan diefstal,
Sanctie: gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren
of geldboete van de vierde categorie
- Bestanddelen: de gedraging en de voorwaarden waaronder het feit
strafbaar is
Alle bestanddelen delictsomschrijving moeten zijn vervuld
Uitzondering: meerdere strafbare feiten in één
delictsomschrijving
Objectieve -> bijv.: ‘enig goed dat geheel of ten dele aan een
ander toebehoort’ & ‘wegneemt’
Subjectieve: geestesgesteldheid -> bijv.: ‘met het oogmerk’
Schuld of opzet worden in de delictsomschrijving
subjectieve bestanddelen genoemd -> de verdachte kan
het strafbare feit alleen verrichten als deze
geestesgesteldheid aanwezig is
Objectieve, maar gesubjectiveerd -> bijv.: ‘om het zich
wederrechtelijk toe te eigenen’
, - Elementen
a. Wederrechtelijkheid
Gedraging in strijd met het recht
(Als bestanddeel: zonder toestemming rechthebbende) -> bijv.
art. 350 Sr (vernieling)
b. Schuld
Dader handelt verwijtbaar
HR 14 feb 1916, Melk en water
Geen straf zonder schuld
Boer mengde melk aan met water en liet een knecht dit
verkopen, boer en knecht werden vervolgd. Maar werd
geoordeeld dat de knecht niet veroordeeld kon worden,
want hij wist er niet van -> geen straf zonder schuld.
Als bestanddeel: culpa, betekent schuld
Onvoorzichtigheid, roekeloosheid, onachtzaamheid,
nonchalance of nalatigheid in allerlei gradaties -> het is (al
dan niet bewust) onzorgvuldig handelen
Bijv. art. 307 Sr (dood door schuld)
En dan heb je ook nog dolus: het strafbare feit wordt dan
willens en wetens verricht
- Er is sprake van een strafbaar feit en strafbare dader wanneer er
aan 3 voorwaarden is voldaan
1. De gedraging valt onder alle bestanddelen van een
delictsomschrijving
2. De gedraging is wederrechtelijk
3. De gedraging is aan de dader te verwijten
Belang onderscheidt bestanddeel-element
- Bestanddelen: ten laste legging moet worden bewezen
- Elementen: niet in ten laste legging, worden verondersteld
Strafbaarheid: uitsluiting
Art. 39 e.v. Sr
- Strafuitsluitingsgronden
A. Rechtvaardigingsgronden
Feit is niet strafbaar: ontneemt wederrechtelijkheid
B. Schulduitsluitingsgronden
Week 1: strafrecht
Materieel strafrecht
- Ziet op de inhoud van het strafrecht
Onder nadere welke feiten zijn strafbaar en welke sancties zijn
daaraan verbonden
Formeel strafrecht: strafprocesrecht
- Ziet op de procedure die gevolgd moet worden zodra er sprake is
van een strafbaar feit
Inleiding
Indeling materiële strafrecht
- Algemeen deel
Boek 1 Sr -> algemene bepalingen
Art. 91 Sr: Dit boek is ook van toepassing op andere
strafwetten
- Bijzonder deel
Boek 2 Sr -> misdrijven
Ernstige strafbaar feiten
In andere wet in formele zin staat aangegeven als het een
misdrijf of overtreding is
Boek 3 Sr -> overtredingen
Minder ernstige strafbare feiten
In andere wet in formele zin staat aangegeven als het een
misdrijf of overtreding is
Lagere regelgeving (o.a. AMvB, ministeriële regeling,
prov./gem. verordening) -> overtreding
Specifieke wetten
Overtreding
, - 2 verschillende betekenissen
Overtreding in de zin van lichter strafbaar feit: geen misdrijf
Overtreding in de zin van gedraging in strijd met juridische norm:
ook misdrijf
Belang onderscheid misdrijf-overtreding
1. De bevoegdheid van de rechter in eerste aanleg
Absolute competentie
Hoofdregel:
Misdrijf -> sector straf, art. 45 RO
Overtreding -> sector kanton, art. 382 Sv
2. De delictsvormen poging, voorbereiding en medeplichtigheid zijn
alleen bij misdrijven strafbaar
Poging en voorbereiding -> art. 45 en 46 Sr
Medeplichtigheid -> art. 48 t/m 52 Sr
3. Wanneer een Nederlander in een ander land een misdrijf heeft
gepleegd, kan in Nederland een strafvervolging worden ingesteld, 2
voorwaarden
Op het feit staat een gevangenis van tenminste 8 jaar
Het delict is in het buitenland strafbaar gesteld
Strafbaar buiten landsgrenzen -> art. 5 en 7 Sr
4. Slechts op verdenking van het plegen van een misdrijf kan een bevel
tot voorlopige hechtenis worden gegeven
Voorlopige hechtenis -> art. 67 Sv
Legaliteitsbeginsel
Art. 1 lid 1 Sr
Art. 16 Gw
Art. 7 lid 1 EVRM
- ‘’geen feit is strafbaar dat uit kracht van een daaraan voorafgegane
wettelijke strafbepaling’’ -> nulla poena
‘’wettelijke strafbepaling’’
1.
a. Strafbaarheid op basis van geschreven delictsomschrijving
(niet o.b.v ongeschreven recht)
b. Terug te voeren op een wet in formele zin
2. Bepaaldheidsgebod -> voldoende nauwkeurig
Lex certa
3. Verbod van analogie
, Extensieve interpretatie mag wel
‘’daaraan voorafgegane’’
4. Verbod van terugwerkende kracht
Verandering wet na feit? -> gunstige bepaling voor
verdachte, art. 1 lid 2 Sr
Problematisch destijds bij bijv. computercriminaliteit en
joyriding
- Uitzondering op legaliteitsbeginsel
Misdrijven tegen de menselijkheid
Bijv. kort na WO II -> Neurenberg en Tokio
Art. 7 lid 2 EVRM: algemene rechtsbeginselen die door de
beschaafde volken worden erkend
Strafbaarheid: criteria
- Voorwaarden voor strafbaarheid gedraging:
1. Bestanddelen van de delictsomschrijving (delictsomschrijving is
vervuld)
2. Elementen (kunnen bestanddeel zijn)
a. Gedraging moet wederrechtelijk zijn
b. Dader moet schuld hebben
- Voorbeeld: art. 310 Sr
Bestanddelen: Hij die enig goed dat geheel of ten dele aan een
ander toebehoort wegneemt, met het oogmerk om het zich
wederrechtelijk toe te eigenen,
Kwalificatie: wordt, als schuldig aan diefstal,
Sanctie: gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren
of geldboete van de vierde categorie
- Bestanddelen: de gedraging en de voorwaarden waaronder het feit
strafbaar is
Alle bestanddelen delictsomschrijving moeten zijn vervuld
Uitzondering: meerdere strafbare feiten in één
delictsomschrijving
Objectieve -> bijv.: ‘enig goed dat geheel of ten dele aan een
ander toebehoort’ & ‘wegneemt’
Subjectieve: geestesgesteldheid -> bijv.: ‘met het oogmerk’
Schuld of opzet worden in de delictsomschrijving
subjectieve bestanddelen genoemd -> de verdachte kan
het strafbare feit alleen verrichten als deze
geestesgesteldheid aanwezig is
Objectieve, maar gesubjectiveerd -> bijv.: ‘om het zich
wederrechtelijk toe te eigenen’
, - Elementen
a. Wederrechtelijkheid
Gedraging in strijd met het recht
(Als bestanddeel: zonder toestemming rechthebbende) -> bijv.
art. 350 Sr (vernieling)
b. Schuld
Dader handelt verwijtbaar
HR 14 feb 1916, Melk en water
Geen straf zonder schuld
Boer mengde melk aan met water en liet een knecht dit
verkopen, boer en knecht werden vervolgd. Maar werd
geoordeeld dat de knecht niet veroordeeld kon worden,
want hij wist er niet van -> geen straf zonder schuld.
Als bestanddeel: culpa, betekent schuld
Onvoorzichtigheid, roekeloosheid, onachtzaamheid,
nonchalance of nalatigheid in allerlei gradaties -> het is (al
dan niet bewust) onzorgvuldig handelen
Bijv. art. 307 Sr (dood door schuld)
En dan heb je ook nog dolus: het strafbare feit wordt dan
willens en wetens verricht
- Er is sprake van een strafbaar feit en strafbare dader wanneer er
aan 3 voorwaarden is voldaan
1. De gedraging valt onder alle bestanddelen van een
delictsomschrijving
2. De gedraging is wederrechtelijk
3. De gedraging is aan de dader te verwijten
Belang onderscheidt bestanddeel-element
- Bestanddelen: ten laste legging moet worden bewezen
- Elementen: niet in ten laste legging, worden verondersteld
Strafbaarheid: uitsluiting
Art. 39 e.v. Sr
- Strafuitsluitingsgronden
A. Rechtvaardigingsgronden
Feit is niet strafbaar: ontneemt wederrechtelijkheid
B. Schulduitsluitingsgronden