Leerdoelen kennislijn module Individu 2024-2025
Periode 1 Contact maken en verkennen van de cliëntsituatie
Leerdoel 1: Je weet wat psychologie en pedagogiek is en hoe en waarom sociaal werkers
psychologische en pedagogische kennis gebruiken
Leerdoel 2: Je weet welke functie emoties hebben en wat het belang is van empathie in contact
Leerdoel 3: Je weet hoe mensen communiceren en wat het belang is van lichaamstaal in contact
Leerdoel 4: Je weet wat het effect is van vooroordelen en stereotypering op contact maken en kunt
vooroordelen en stereotypering herkennen in een sociaal werk situatie
Leerdoel 5: Je kent verschillende theorieën over hoe mensen nieuw gedrag leren en hoe je deze kunt
gebruiken in het sociaal werk
Leerdoel 6: Je kent verschillende theorieën over persoonlijkheid en het in kaart brengen ervan en je
kunt deze herkennen in een sociaalwerksituatie
Leerdoel 7: Je kent verschillende afweermechanismen en weet hoe deze onze gevoelens,
waarnemingen en gedrag kunnen beïnvloeden.
Leerdoel 8: Je weet hoe mensen gedrag verklaren en welke fouten mensen maken in het kijken naar
zichzelf en anderen
Leerdoel 9: Je weet hoe situaties en systemen het gedrag van mensen kunnen beïnvloeden
Periode 2 Levensloop/opvoeding en probleemoplossing
Leerdoel 10: Je kent het ontwikkelingsperspectief op de mens en weet hoe en waarom sociaal
werkers ontwikkelingspsychologie en pedagogiek gebruiken
Leerdoel 11: Je weet hoe de sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen en volwassenen verloopt
volgens de levenslooptheorie van Erikson en je hebt globale kennis van de normale seksuele
ontwikkeling.
Leerdoel 12: Je weet hoe de cognitieve ontwikkeling van kinderen verloopt volgens de theorie van
Piaget en Vygotsky en kunt dit toepassen op een SW situatie.
Leerdoel 13: Je weet welke belangrijke veranderingen er in het brein plaatsvinden in de puberteit
Leerdoel 14: Je kent verschillende theorieën over hechting en weet hoe hechting van invloed is op
latere intieme relaties
Leerdoel 15: Je kunt verschillende opvoedstijlen en gezinspatronen herkennen en kunt deze in
verband brengen met theorie over hoe mensen leren
Leerdoel 16: Je weet welke factoren bepalen of wij gedrag normaal of abnormaal vinden
,Leerdoel 17: Je weet hoe de DSM-5 is ontstaan, hoe psychologen en sociaal werkers de DSM-5
gebruiken en welke voor en nadelen aan het gebruik ervan verbonden zijn
Leerdoel 18: Je weet wat psychologen verstaan onder stress en welke factoren stress beïnvloeden
Leerdoel 19: Je kent verschillende manieren van omgaan met stress en kunt deze herkennen in een
sociaalwerksituatie
Leerdoel 20: Je kent verschillende theorieën over motivatie en kunt deze herkennen in een
sociaalwerksituatie
, Begrippenlijst kennislijn individu 2024-2025
PERIODE 1 CONTACT MAKEN EN VERKENNEN CLIËNTSITUATIE
Begrip Week Omschrijving
Je weet wat psychologie en pedagogiek is en hoe sociaal werkers psychologische kennis
gebruiken
Definitie psychologie en 1.1 Psychologie: de wetenschap van gedrag en
pedagogiek geestelijke processen (denken, voelen).
Pedagogiek: de wetenschap van het opvoeden.
Psychologie en pedagogiek zijn empirische
wetenschappen (ervaringswetenschappen).
- Een empirische wetenschap bewijst dingen
door observatie en experiment.
- Een empirische wetenschap
o Beschrijft het studieobject
o Verklaart de verschijnselen
(theorieën) en
o Voorspelt op de grond van die
theorieën dingen die getoetst
kunnen worden: als X, dan Y…
Relevantie psychologie en 1.1 Toepassen van psychologie helpt je om beter hulp te
pedagogiek voor het SW kunnen bieden.
Psychologie en pedagogiek helpen je bij het contact
maken en met (het probleem van) een cliënt beter
te begrijpen.
Het biologische en neurologische 1.1 Gedrag wordt veroorzaakt door onze genen,
perspectief hersenen en hormonen.
Phineas Gage
Het psychodynamische perspectief 1.1 Gedrag wordt sterk bepaald door het onbewuste. In
dat onbewuste zitten aangeboren driften en
verdrongen ervaringen. De eerste 5 levensjaren zijn
bepalend voor de ontwikkeling van je
persoonlijkheid.
De persoonlijkheid is opgebouwd uit:
- Het onbewuste (Id)
- Het bewuste (Ego)
- Het geweten (Superego)
Psycholoog: Sigmund Freud
Het behavioristische perspectief 1.1 De psychologie moet wetenschappelijker worden,
zoals de natuurwetenschappen. Alleen gedrag dat
waarneembaar/meetbaar is en waarmee je
Periode 1 Contact maken en verkennen van de cliëntsituatie
Leerdoel 1: Je weet wat psychologie en pedagogiek is en hoe en waarom sociaal werkers
psychologische en pedagogische kennis gebruiken
Leerdoel 2: Je weet welke functie emoties hebben en wat het belang is van empathie in contact
Leerdoel 3: Je weet hoe mensen communiceren en wat het belang is van lichaamstaal in contact
Leerdoel 4: Je weet wat het effect is van vooroordelen en stereotypering op contact maken en kunt
vooroordelen en stereotypering herkennen in een sociaal werk situatie
Leerdoel 5: Je kent verschillende theorieën over hoe mensen nieuw gedrag leren en hoe je deze kunt
gebruiken in het sociaal werk
Leerdoel 6: Je kent verschillende theorieën over persoonlijkheid en het in kaart brengen ervan en je
kunt deze herkennen in een sociaalwerksituatie
Leerdoel 7: Je kent verschillende afweermechanismen en weet hoe deze onze gevoelens,
waarnemingen en gedrag kunnen beïnvloeden.
Leerdoel 8: Je weet hoe mensen gedrag verklaren en welke fouten mensen maken in het kijken naar
zichzelf en anderen
Leerdoel 9: Je weet hoe situaties en systemen het gedrag van mensen kunnen beïnvloeden
Periode 2 Levensloop/opvoeding en probleemoplossing
Leerdoel 10: Je kent het ontwikkelingsperspectief op de mens en weet hoe en waarom sociaal
werkers ontwikkelingspsychologie en pedagogiek gebruiken
Leerdoel 11: Je weet hoe de sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen en volwassenen verloopt
volgens de levenslooptheorie van Erikson en je hebt globale kennis van de normale seksuele
ontwikkeling.
Leerdoel 12: Je weet hoe de cognitieve ontwikkeling van kinderen verloopt volgens de theorie van
Piaget en Vygotsky en kunt dit toepassen op een SW situatie.
Leerdoel 13: Je weet welke belangrijke veranderingen er in het brein plaatsvinden in de puberteit
Leerdoel 14: Je kent verschillende theorieën over hechting en weet hoe hechting van invloed is op
latere intieme relaties
Leerdoel 15: Je kunt verschillende opvoedstijlen en gezinspatronen herkennen en kunt deze in
verband brengen met theorie over hoe mensen leren
Leerdoel 16: Je weet welke factoren bepalen of wij gedrag normaal of abnormaal vinden
,Leerdoel 17: Je weet hoe de DSM-5 is ontstaan, hoe psychologen en sociaal werkers de DSM-5
gebruiken en welke voor en nadelen aan het gebruik ervan verbonden zijn
Leerdoel 18: Je weet wat psychologen verstaan onder stress en welke factoren stress beïnvloeden
Leerdoel 19: Je kent verschillende manieren van omgaan met stress en kunt deze herkennen in een
sociaalwerksituatie
Leerdoel 20: Je kent verschillende theorieën over motivatie en kunt deze herkennen in een
sociaalwerksituatie
, Begrippenlijst kennislijn individu 2024-2025
PERIODE 1 CONTACT MAKEN EN VERKENNEN CLIËNTSITUATIE
Begrip Week Omschrijving
Je weet wat psychologie en pedagogiek is en hoe sociaal werkers psychologische kennis
gebruiken
Definitie psychologie en 1.1 Psychologie: de wetenschap van gedrag en
pedagogiek geestelijke processen (denken, voelen).
Pedagogiek: de wetenschap van het opvoeden.
Psychologie en pedagogiek zijn empirische
wetenschappen (ervaringswetenschappen).
- Een empirische wetenschap bewijst dingen
door observatie en experiment.
- Een empirische wetenschap
o Beschrijft het studieobject
o Verklaart de verschijnselen
(theorieën) en
o Voorspelt op de grond van die
theorieën dingen die getoetst
kunnen worden: als X, dan Y…
Relevantie psychologie en 1.1 Toepassen van psychologie helpt je om beter hulp te
pedagogiek voor het SW kunnen bieden.
Psychologie en pedagogiek helpen je bij het contact
maken en met (het probleem van) een cliënt beter
te begrijpen.
Het biologische en neurologische 1.1 Gedrag wordt veroorzaakt door onze genen,
perspectief hersenen en hormonen.
Phineas Gage
Het psychodynamische perspectief 1.1 Gedrag wordt sterk bepaald door het onbewuste. In
dat onbewuste zitten aangeboren driften en
verdrongen ervaringen. De eerste 5 levensjaren zijn
bepalend voor de ontwikkeling van je
persoonlijkheid.
De persoonlijkheid is opgebouwd uit:
- Het onbewuste (Id)
- Het bewuste (Ego)
- Het geweten (Superego)
Psycholoog: Sigmund Freud
Het behavioristische perspectief 1.1 De psychologie moet wetenschappelijker worden,
zoals de natuurwetenschappen. Alleen gedrag dat
waarneembaar/meetbaar is en waarmee je