Bestuurskunde
Inhoudsopgave
Hoofdstuk 1 en 2:.........................................................................................1
Hoofdstuk 3: De overheid als systeem.........................................................7
Hoofdstuk 4: Beleid in fasen......................................................................11
Hoofdstuk 5: Beslissingen..........................................................................15
Hoofdstuk 6: Ontwerpen van beleid...........................................................19
Hoofdstuk 1 en 2:
Bestuurskunde: houdt zich bezig met de wijze waarop de overheid
functioneert, binnen de overheid (intern) en in de samenleving (extern)
‘Bestuurders’ zijn de politici => wethouders (gemeente),
gedeputeerden (provincie) of de ministers (rijksoverheid)
Voorbereiding, de bepaling, de uitvoering en de evaluatie van
overheidsbeleid (dus ook wel beleidskunde)
Kenmerken van een staat: (1) een afgegrensd grondgebied, (2)
geaccepteerd bestuur gezag/soevereiniteit, (3) een eigen staatsvolk
Trias Politica: machtenscheiding
* Horizontale scheiding der machten (ze staan naast elkaar & zijn
gelijk)
Rechters mogen geen wetgevende uitspraken maken, of zeggen dat
ze er niet mee eens zijn
Politicus mogen tijdens uitspraken geen commentaar geven
- Uitvoerende macht: regering, ministeries
- Wetgevende macht: parlement (SG), maar controleert ook
uitvoerende macht!! D.m.v. vragen stellen ➡️motie indienen
- Rechtelijke macht: onafhankelijke rechters
Elke macht heeft een eigen bevoegdheid en mag niet met andere
machten bemoeien, zo zijn ze in balans
Checks en Balances
Vierde macht: het ambtenarenapparaat (de bureaucratie) omdat zij
ook veel invloed uitoefenen door taken voor de minister uit te voeren
en daar uitvoeringsbeslissingen over nemen
Andere machten: media, lobbyisten en adviesbureaus
Verticale scheiding der machten: huis van Thorbecke
1. (EU - dakje van huis)
,2. Rijk
3. Provincie
4. Gemeente
5. (Veiligheidsregio)
, Constitutionele monarchie:
- Grondwet:
o Klassieke grondrechten: recht van meningsuiting (Gw t/m 18) –
mag overheid zich niet mee bemoeien, kunnen worden afgedwongen
o Sociale grondrechten: recht op woning, onderwijs (Gw v.a. 18) –
overheidsbemoeienis
o Codificatie: vaststellen grondwet
o Modificatie: aanpassen grondwet
Beschermen burgers tegen de overheid
- Koningshuis
Codificatie/modificatie: verschuiving van het aandachtsveld van de
overheid
Nederland als verzorgingsstaat: burger wordt van wieg tot aan het graf
verzorgd
- Post-verzorgingsstaat: tegenwoordig komen veel
verantwoordelijkheden steeds meer bij de burger zelf komen te liggen
& de overheid zich meer kan terugtrekken
Participatiesamenleving: een samenleving waarbij iedereen die
dat kan ook daadwerkelijk verantwoordelijkheid moet nemen voor
zijn eigen leven (bijv. eigen verzekering) en voor zijn eigen
omgeving (bijv. mantelzorg) => de overheid wordt ‘kleiner’ door
minder overheidsvoorzieningen
- Door het verzelfstandigen van allerlei overheidsonderdelen (zoals NS)
wordt de overheid ook kleiner
Het gaat niet alleen om het verkleinen van de overheid maar ook om
het verhogen van de efficiency en het besparen van kosten
Er zijn veel verschillende politieke stromingen in Nederland met elk eigen
opvattingen over de rol v.d. overheid (liberalisme, christendemocratie,
socialisme)
Parlementaire democratie:
Inhoudsopgave
Hoofdstuk 1 en 2:.........................................................................................1
Hoofdstuk 3: De overheid als systeem.........................................................7
Hoofdstuk 4: Beleid in fasen......................................................................11
Hoofdstuk 5: Beslissingen..........................................................................15
Hoofdstuk 6: Ontwerpen van beleid...........................................................19
Hoofdstuk 1 en 2:
Bestuurskunde: houdt zich bezig met de wijze waarop de overheid
functioneert, binnen de overheid (intern) en in de samenleving (extern)
‘Bestuurders’ zijn de politici => wethouders (gemeente),
gedeputeerden (provincie) of de ministers (rijksoverheid)
Voorbereiding, de bepaling, de uitvoering en de evaluatie van
overheidsbeleid (dus ook wel beleidskunde)
Kenmerken van een staat: (1) een afgegrensd grondgebied, (2)
geaccepteerd bestuur gezag/soevereiniteit, (3) een eigen staatsvolk
Trias Politica: machtenscheiding
* Horizontale scheiding der machten (ze staan naast elkaar & zijn
gelijk)
Rechters mogen geen wetgevende uitspraken maken, of zeggen dat
ze er niet mee eens zijn
Politicus mogen tijdens uitspraken geen commentaar geven
- Uitvoerende macht: regering, ministeries
- Wetgevende macht: parlement (SG), maar controleert ook
uitvoerende macht!! D.m.v. vragen stellen ➡️motie indienen
- Rechtelijke macht: onafhankelijke rechters
Elke macht heeft een eigen bevoegdheid en mag niet met andere
machten bemoeien, zo zijn ze in balans
Checks en Balances
Vierde macht: het ambtenarenapparaat (de bureaucratie) omdat zij
ook veel invloed uitoefenen door taken voor de minister uit te voeren
en daar uitvoeringsbeslissingen over nemen
Andere machten: media, lobbyisten en adviesbureaus
Verticale scheiding der machten: huis van Thorbecke
1. (EU - dakje van huis)
,2. Rijk
3. Provincie
4. Gemeente
5. (Veiligheidsregio)
, Constitutionele monarchie:
- Grondwet:
o Klassieke grondrechten: recht van meningsuiting (Gw t/m 18) –
mag overheid zich niet mee bemoeien, kunnen worden afgedwongen
o Sociale grondrechten: recht op woning, onderwijs (Gw v.a. 18) –
overheidsbemoeienis
o Codificatie: vaststellen grondwet
o Modificatie: aanpassen grondwet
Beschermen burgers tegen de overheid
- Koningshuis
Codificatie/modificatie: verschuiving van het aandachtsveld van de
overheid
Nederland als verzorgingsstaat: burger wordt van wieg tot aan het graf
verzorgd
- Post-verzorgingsstaat: tegenwoordig komen veel
verantwoordelijkheden steeds meer bij de burger zelf komen te liggen
& de overheid zich meer kan terugtrekken
Participatiesamenleving: een samenleving waarbij iedereen die
dat kan ook daadwerkelijk verantwoordelijkheid moet nemen voor
zijn eigen leven (bijv. eigen verzekering) en voor zijn eigen
omgeving (bijv. mantelzorg) => de overheid wordt ‘kleiner’ door
minder overheidsvoorzieningen
- Door het verzelfstandigen van allerlei overheidsonderdelen (zoals NS)
wordt de overheid ook kleiner
Het gaat niet alleen om het verkleinen van de overheid maar ook om
het verhogen van de efficiency en het besparen van kosten
Er zijn veel verschillende politieke stromingen in Nederland met elk eigen
opvattingen over de rol v.d. overheid (liberalisme, christendemocratie,
socialisme)
Parlementaire democratie: