inhoudstafel
1. inleiding
1.1 niet-wetenschappelijke methoden om kennis te vergaren
- 1.1.1 vasthoudendheid (tenacity)
- 1.1.2 intuïtie
- 1.1.3 autoriteit
- 1.1.4 rationalisme
- 1.1.5 empirie
1.2 vijf stappen vd wetenschappelijke methode (om kennis te vergaren)
- 1.2.1 observatie
- 1.2.2 hypothese
- 1.2.3 predictie
- 1.2.4 evaluatie (van predictie)
- 1.2.5 ondersteunen, weerleggen of herspecificieren
- 1.2.6 drie principes vd wetenschappelijke methode
1.2.6.1 wetenschap is empirisch
1.2.6.2 wetenschap is publiek/openbaar
1.2.6.3 wetenschap is objectief
- 1.2.7 wetenschap vs pseudowetenschap
1.3 de empirische cyclus
- 1.3.1 onderzoeksidee vinden
- 1.3.2 hypothese vormen
- 1.3.3 variabelen definieer (+ hoe meten)
- 1.3.4 participanten identificeren (+ hoe selecteren)
- 1.3.5 onderzoeksstrategie selecteren
- 1.3.6 onderzoeksdesign selecteren
- 1.3.7 studie uitvoeren
- 1.3.8 data evalueren
- 1.3.9 resultaten rapporteren
- 1.3.10 herformuleer + verfijn onderzoeksidee
2. hypothesen formuleren
2.1 wat is een goede hypothese
- 2.1.1 logisch
- 2.1.2 toetsbaar
- 2.1.3 weerlegbaar/falsifieerbaar
- 2.1.4 positief geformuleerd
,3. variabelen definiëren en meten
3.1 constructen en operationele definities
- 3.1.1 theorieën en constructen
- 3.1.2 operationele definities
3.2 validiteit en betrouwbaarheid (vd meting)
- 3.2.1 validiteit
3.2.1.1 indruksvaliditeit (face validity)
3.2.1.2 concurrerende validiteit
3.2.1.3 predictieve validiteit
3.2.1.4 construct validiteit
3.2.1.5 convergente en divergente validiteit
- 3.2.2 betrouwbaarheid
3.2.2.1 test-hertest betrouwbaarheid
3.2.2.2 interbeoordelaarsovereenstemming
3.2.2.3 interne consistentie
3.2.2.3.1 split-half betrouwbaarheid
- 3.2.3 relatie: validiteit-betrouwbaarheid
3.3 meetschalen
- 3.3.1 kwalitatief meetschalen
3.3.1.1 nominaal
3.3.1.2 ordinaal
- 3.3.2 kwantitatieve meetschalen
3.3.2.1 interval
3.3.2.2 ratio
3.3.2.3 interval vs ratio
3.4 meetmodaliteiten
- 3.4.1 zelfrapportage
- 3.4.2 fysiologie
- 3.4.3 gedrag
3.5 andere aspecten van een meting
- 3.5.1 multiple metingen
- 3.5.2 sensitiviteit
3.5.2.1 range effecten (ceiling-floor effecten)
- 3.5.3 artefacten
3.5.3.1 proefleider bias
3.5.3.2 vraagkarakteristieken
3.5.3.3 participant relativiteit
,5. participanten selecteren
5.1 steekproeftrekking
- 5.1.1 probability sampling
5.1.1.1 simple random sampling
5.1.1.2 systematische sampling
5.1.1.3 gestratificeerde sampling
5.1.1.4 proportionele gestratificeerde random sampling
5.1.1.5 cluster sampling
- 5.1.2 non-probability sampling
5.1.2.1 convenience sampling
5.1.2.2 quota sampling
6. onderzoeksstrategieën en validiteit
6.1 onderzoeksstrategieën
- 6.1.1 beschrijvend
- 6.1.2 correlationeel
- 6.1.3 experimenteel
- 6.1.4 quasi-experimenteel
- 6.1.5 non-experimenteel
- 6.1.6 correlationeel vs experimenteel
- 6.1.7 onderzoeks- strategie, design en procedure
6.1.7.1 onderzoeksstrategie
6.1.7.2 onderzoeksdesign
6.1.7.3 onderzoeksprocedure
6.2 externe validiteit
- 6.2.1 types generalisatie
- 6.2.2 bedreigingen
6.2.2.1 generaliseren over participanten
6.2.2.2 generaliseren over kenmerken van een studie
6.2.2.3 generaliseren over kenmerken van metingen
6.3 interne validiteit
- 6.3.1 bedreigingen
6.3.1.1 bijkomende (extraneous) variabelen
6.3.1.2 storende (confounding) variabelen
6.4 meer over externe en interne validiteit
- 6.4.1 interne en externe validiteit balanceren
- 6.4.2 artefacten
- 6.4.3 validiteit en individuele onderzoeksstrategieën
6.4.3.1 beschrijvende, correlationele en non-experimentele strategieën
6.4.3.2 experimentele studies
6.4.3.3 quasi-experimentele studies
, 7. de experimentele onderzoeksstrategie
7.1 oorzaak en gevolg relaties
- 7.1.1 terminologie
- 7.1.2 causaliteit + het 3de variabele probleem
- 7.1.3 causaliteit + het probleem van directionaliteit
7.2 elementen v experimenten onderscheiden
- 7.2.1 manipulatie
- 7.2.2 meting
- 7.2.3 vergelijking
- 7.2.4 controle
7.3 bijkomende variabelen controleren
- 7.3.1 variabelen constant houden
- 7.3.2 matching
- 7.3.3 randomiseren
7.4 controle condities en manipulatiechecks
- 7.4.1 controleconditie
7.4.1.1 no-treatment
7.4.1.2 placebo
- 7.4.2 manipulatiechecks
7.5 externe validiteit verhogen
- 7.5.1 stimulatie
- 7.5.2 veldstudie
8. experimentele designs: tussen-subject design
8.1 onderzoeksdesign
- 8.1.1 karakteristieken
- 8.1.2 voordelen
- 8.1.3 nadelen
8.2 onderzoeksdesign
- 8.2.1 twee bronnen van confounding voor tussen-subject designs
- 8.2.2 verschillen tussen groepen beperken
8.3 individuele verschillen beperken als storende variabelen aan start v experiment
- 8.3.1 variabele constant houden
- 8.3.2 matching (3 stappen)
- 8.3.3 randomiseren