Thema 13: Afweer
Paragraaf 13.1 bescherming
Inwendig en uitwendig milieu
Het inwendig milieu is gescheiden van het uitwendig milieu d.m.v.
dekweefsel, longen en darmen.
Het uitwendig milieu is direct verbonden met de buitenwereld,
zoals het maag darmkanaal
Het inwendig milieu kan alleen bereikt worden nadat hij een
celmembraan is gepasseerd
Lichaamsvreemd en lichaamseigen
Stoffen of cellen die niet in je lichaam thuishoren, noem je
lichaamsvreemd. Het afweersysteem dat je tegen lichaamsvreemde
organismen en stoffen beschermd, noem je lichaamseigen.
De afweer van je lichaam tegen ziekteverwekkende bacteriën kan je
versterken door antibiotica. Antibiotica kent ook een nadeel ze
kunnen er namelijk ongevoelig voor worden, waardoor je lichaam de
bacterie niet meer kan bestrijden.
Virussen zijn geen organismen waardoor antibiotica ineffectief is. Ze
bestaan uit een streng DNA of RNA, en virussen kunnen alleen overleven
en zich voortplanten als ze in de gastheercel kunnen komen. Na de
vermenigvuldiging barst de gastheercel open en kan het virus zich
verspreiden.
Eerste verdedigingslinie (binas 84j2)
De huid en slijmvliezen vallen onder de eerste verdedigingslinie, het
valt onder mechanische afweer, omdat het gaat om het gebruiken van
stoffen om indringers buiten te houden, ook de bacteriën op de huid en in
de darmen vallen hier onder.
Melanocyten zitten in de kiemlaag van de huid, die donkere
pigmenten melanine bevatten. De vorming hiervan wordt
gestimuleerd door zonlicht en beschermd de delende cellen in de
kiemlaag tegen de schadelijke invloed van ultraviolette straling in
het zonlicht.
, Paragraaf 13.2 aangeboren en verworven afweer
Het afweersysteem
Het afweersysteem bestaat uit een paar belangrijke organen:
Rode beenmerg, hier ontstaan verschillende type witte
bloedcellen uit adulte stamcellen. Lymfocyten kunnen door
ontwikkelen in de thymus wat leidt tot T-cellen, de anderen
rijpen verder in het borstbeen, B-cellen. Na hun rijping komen
deze bloedcellen in het bloedt terecht.
Thymus, Milt, Lymfeknoppen ook wel lymfoïde organen
genoemd. Deze hebben een functie bij de opslag en vervoer witte
bloedcellen.
Aangeboren afweer (binas 84I)
De aangeboren afweer is de snelle, tweede verdedigingslinie van het
lichaam tegen ziekteverwekkers. Witte bloedcellen herkennen
lichaamsvreemde stoffen door antigenen en reageren direct, zonder
onderscheid te maken tussen verschillende ziekteverwekkers.
Voorbeelden van witte bloedcellen:
Macrofagen die ziekteverwekkers opruimen door ze te
fagocyteren (op te eten en verteren). Ze kunnen koorts
veroorzaken, wat de afweer versnelt.
Granulocyten die ook ziekteverwekkers fagocyteren, maar vaak
sterven na hun actie.
Paragraaf 13.1 bescherming
Inwendig en uitwendig milieu
Het inwendig milieu is gescheiden van het uitwendig milieu d.m.v.
dekweefsel, longen en darmen.
Het uitwendig milieu is direct verbonden met de buitenwereld,
zoals het maag darmkanaal
Het inwendig milieu kan alleen bereikt worden nadat hij een
celmembraan is gepasseerd
Lichaamsvreemd en lichaamseigen
Stoffen of cellen die niet in je lichaam thuishoren, noem je
lichaamsvreemd. Het afweersysteem dat je tegen lichaamsvreemde
organismen en stoffen beschermd, noem je lichaamseigen.
De afweer van je lichaam tegen ziekteverwekkende bacteriën kan je
versterken door antibiotica. Antibiotica kent ook een nadeel ze
kunnen er namelijk ongevoelig voor worden, waardoor je lichaam de
bacterie niet meer kan bestrijden.
Virussen zijn geen organismen waardoor antibiotica ineffectief is. Ze
bestaan uit een streng DNA of RNA, en virussen kunnen alleen overleven
en zich voortplanten als ze in de gastheercel kunnen komen. Na de
vermenigvuldiging barst de gastheercel open en kan het virus zich
verspreiden.
Eerste verdedigingslinie (binas 84j2)
De huid en slijmvliezen vallen onder de eerste verdedigingslinie, het
valt onder mechanische afweer, omdat het gaat om het gebruiken van
stoffen om indringers buiten te houden, ook de bacteriën op de huid en in
de darmen vallen hier onder.
Melanocyten zitten in de kiemlaag van de huid, die donkere
pigmenten melanine bevatten. De vorming hiervan wordt
gestimuleerd door zonlicht en beschermd de delende cellen in de
kiemlaag tegen de schadelijke invloed van ultraviolette straling in
het zonlicht.
, Paragraaf 13.2 aangeboren en verworven afweer
Het afweersysteem
Het afweersysteem bestaat uit een paar belangrijke organen:
Rode beenmerg, hier ontstaan verschillende type witte
bloedcellen uit adulte stamcellen. Lymfocyten kunnen door
ontwikkelen in de thymus wat leidt tot T-cellen, de anderen
rijpen verder in het borstbeen, B-cellen. Na hun rijping komen
deze bloedcellen in het bloedt terecht.
Thymus, Milt, Lymfeknoppen ook wel lymfoïde organen
genoemd. Deze hebben een functie bij de opslag en vervoer witte
bloedcellen.
Aangeboren afweer (binas 84I)
De aangeboren afweer is de snelle, tweede verdedigingslinie van het
lichaam tegen ziekteverwekkers. Witte bloedcellen herkennen
lichaamsvreemde stoffen door antigenen en reageren direct, zonder
onderscheid te maken tussen verschillende ziekteverwekkers.
Voorbeelden van witte bloedcellen:
Macrofagen die ziekteverwekkers opruimen door ze te
fagocyteren (op te eten en verteren). Ze kunnen koorts
veroorzaken, wat de afweer versnelt.
Granulocyten die ook ziekteverwekkers fagocyteren, maar vaak
sterven na hun actie.