Geschiedenis
Tijdvak 3: Tijd van monniken en ridders §1 Oriëntatie
Kenmerkend aspect:
De verspreiding van het christendom in geheel Europa
Monniken op een missie
Nieuwe Germaanse vorsten in Romeinse Rijk werden christelijk:
- Godsdienstig motief (oprecht geloof)
- Politiek motief: godsdienst versterkte eenheid van het volk volk had iets
gemeenschappelijks voor koning makkelijk om de bevolking aan zich te binden.
Vooral monniken verspreidde het evangelie en bekeerden bewoners West-Europa tot het
christendom:
- Missionarissen sloten aan bij bestaande niet-christelijke tradities Germanen
Gevolg: Germanen van polytheïstisch monotheïstisch.
Monniken steunden tijdens bekeren op de vorst:
1. Elitebekering als koning en hoge edelen bekeerd waren, volgde bevolking sneller.
2. Soldaten vorst beschermden soldaten monniken / missionarissen op reizen in ruil:
monniken + andere priesters riepen op om in naam van God koning te gehoorzamen.
Geestelijkheid werd beloond door vorst schenkingen: kloosters / bisschoppen mochten
landbouwopbrengsten houden in ruil voor bestuur land kerkelijke organisatie, dus
christendom groeide uit tot belangrijke factor in vroegmiddeleeuwse samenleving (religieus,
politiek, economisch terrein)
Kenmerkend aspect:
Het ontstaan en de verspreiding van de islam
In naam van Allah en de profeet
Rond 600 n.C: nieuwe godsdienst in Mekka islam volledige gehoorzaamheid aan
Allah (belangrijkste profeet) centraal.
- In Mekka: godsdienst niet geaccepteerd, Mohammed migreert naar Medina hidrja.
- Na enkele jaren: Mohammed keert samen met grote groep moslims terug Mekka
verdere verspreiding nieuwe godsdienst en Arabische overheersing (Azie, Afrika en
Europa).
Koran: heilige boek islam over Mohammed met belangrijkste ideeën geloof in Vijf Zuilen:
1. Geloofsbelijdenis
2. Plicht tot bidden
3. Geven van aalmoezen
4. Vastenmaand (ramadan)
5. Bezoeken Mekka
Sharia: wetten op basis van islam voor bestuur en dagelijks leven (geen scheiding kerk
(godsdienst) en staat (bestuur).
, Expansie van geloof en cultuur
Na dood Mohammed Arabische moslims veroveren grote gebieden rond Middellandse
Zee:
1. Jihad (heilige plicht om islam te verspreiden)
2. Wendbaarheid Arabische strijdeenheden Belangrijke factoren
3. Onderlinge spanningen in de omringde landen
Tolerante behandeling van niet-moslims hielp ook.
Slag bij Poitiers: opmars Arabieren West-Europa werd tegen gehouden door
Franken in Midden-Frankrijk.
Arabische Rijk viel in uiteen in verschillende rijken: kalifaten (leider = kalief) binnen islam
verschillende geloofsstromingen soennieten / sjiieten.
Arabisch-islamitische cultuur bereikte grote kunstzinnige en wetenschappelijke bloei:
voorbeeld voor veel West-Europese architecten en geleerden.
Kenmerkend aspect:
De vrijwel volledige vervanging in West-Europa van de agrarisch-
urbane cultuur door een zelfvoorzienende agrarische cultuur,
georganiseerd via het hofstelsel en horigheid
Het hofstelsel
Val West-Romeinse Rijk: einde centrale gezag / relatieve vrijheid handel + muntgeld +
steden verdwenen gebied werd agrarische samenleving
- Gebieden zelfvoorzienend / autarkisch
- Grootgrondbezitter (heer, van adel / hoge geestelijkeheid) had boeren op zijn domein
werken horige boeren mochten grondgebied niet verlaten.
Horen werden beschermd, in ruil:
1. Landbouwproducten leveren belasting in natura Horigen moesten volledig
2. Werk voor heer verrichten herendiensten gehoorzamen aan heer
Landbouwsysteem op een domein = hofstelsel / domaniale economie. Versterkte huis van
de heer met grond eromheen werd hof genoemd en totale grondgebied domein.
Kenmerkend aspect:
Het ontstaan van feodale verhoudingen in het bestuur
Feodale verhoudingen
Val West-Romeinse rijk: moest nieuw bestuurssysteem komen + nieuwe bestuurders
moesten anders worden beloond (geen muntgeld meer).
Clovis, koning nieuwe Frankische rijk: edelen helpen in bestuur (advies geven en
meebesturen) in ruil: edelen land in leen namens koning (leenheer), bestuurden
edelen gebied als leenman.
- Beloning: edelen opbrengst landbouwgebieden zelf houden
- Belofte persoonlijke trouw edelen vazallen van vorst
Tijdvak 3: Tijd van monniken en ridders §1 Oriëntatie
Kenmerkend aspect:
De verspreiding van het christendom in geheel Europa
Monniken op een missie
Nieuwe Germaanse vorsten in Romeinse Rijk werden christelijk:
- Godsdienstig motief (oprecht geloof)
- Politiek motief: godsdienst versterkte eenheid van het volk volk had iets
gemeenschappelijks voor koning makkelijk om de bevolking aan zich te binden.
Vooral monniken verspreidde het evangelie en bekeerden bewoners West-Europa tot het
christendom:
- Missionarissen sloten aan bij bestaande niet-christelijke tradities Germanen
Gevolg: Germanen van polytheïstisch monotheïstisch.
Monniken steunden tijdens bekeren op de vorst:
1. Elitebekering als koning en hoge edelen bekeerd waren, volgde bevolking sneller.
2. Soldaten vorst beschermden soldaten monniken / missionarissen op reizen in ruil:
monniken + andere priesters riepen op om in naam van God koning te gehoorzamen.
Geestelijkheid werd beloond door vorst schenkingen: kloosters / bisschoppen mochten
landbouwopbrengsten houden in ruil voor bestuur land kerkelijke organisatie, dus
christendom groeide uit tot belangrijke factor in vroegmiddeleeuwse samenleving (religieus,
politiek, economisch terrein)
Kenmerkend aspect:
Het ontstaan en de verspreiding van de islam
In naam van Allah en de profeet
Rond 600 n.C: nieuwe godsdienst in Mekka islam volledige gehoorzaamheid aan
Allah (belangrijkste profeet) centraal.
- In Mekka: godsdienst niet geaccepteerd, Mohammed migreert naar Medina hidrja.
- Na enkele jaren: Mohammed keert samen met grote groep moslims terug Mekka
verdere verspreiding nieuwe godsdienst en Arabische overheersing (Azie, Afrika en
Europa).
Koran: heilige boek islam over Mohammed met belangrijkste ideeën geloof in Vijf Zuilen:
1. Geloofsbelijdenis
2. Plicht tot bidden
3. Geven van aalmoezen
4. Vastenmaand (ramadan)
5. Bezoeken Mekka
Sharia: wetten op basis van islam voor bestuur en dagelijks leven (geen scheiding kerk
(godsdienst) en staat (bestuur).
, Expansie van geloof en cultuur
Na dood Mohammed Arabische moslims veroveren grote gebieden rond Middellandse
Zee:
1. Jihad (heilige plicht om islam te verspreiden)
2. Wendbaarheid Arabische strijdeenheden Belangrijke factoren
3. Onderlinge spanningen in de omringde landen
Tolerante behandeling van niet-moslims hielp ook.
Slag bij Poitiers: opmars Arabieren West-Europa werd tegen gehouden door
Franken in Midden-Frankrijk.
Arabische Rijk viel in uiteen in verschillende rijken: kalifaten (leider = kalief) binnen islam
verschillende geloofsstromingen soennieten / sjiieten.
Arabisch-islamitische cultuur bereikte grote kunstzinnige en wetenschappelijke bloei:
voorbeeld voor veel West-Europese architecten en geleerden.
Kenmerkend aspect:
De vrijwel volledige vervanging in West-Europa van de agrarisch-
urbane cultuur door een zelfvoorzienende agrarische cultuur,
georganiseerd via het hofstelsel en horigheid
Het hofstelsel
Val West-Romeinse Rijk: einde centrale gezag / relatieve vrijheid handel + muntgeld +
steden verdwenen gebied werd agrarische samenleving
- Gebieden zelfvoorzienend / autarkisch
- Grootgrondbezitter (heer, van adel / hoge geestelijkeheid) had boeren op zijn domein
werken horige boeren mochten grondgebied niet verlaten.
Horen werden beschermd, in ruil:
1. Landbouwproducten leveren belasting in natura Horigen moesten volledig
2. Werk voor heer verrichten herendiensten gehoorzamen aan heer
Landbouwsysteem op een domein = hofstelsel / domaniale economie. Versterkte huis van
de heer met grond eromheen werd hof genoemd en totale grondgebied domein.
Kenmerkend aspect:
Het ontstaan van feodale verhoudingen in het bestuur
Feodale verhoudingen
Val West-Romeinse rijk: moest nieuw bestuurssysteem komen + nieuwe bestuurders
moesten anders worden beloond (geen muntgeld meer).
Clovis, koning nieuwe Frankische rijk: edelen helpen in bestuur (advies geven en
meebesturen) in ruil: edelen land in leen namens koning (leenheer), bestuurden
edelen gebied als leenman.
- Beloning: edelen opbrengst landbouwgebieden zelf houden
- Belofte persoonlijke trouw edelen vazallen van vorst