Wat te doen bij een ongeval
1. Denk aan veiligheid
- Voor jezelf
- Voor omstanders
- Voor slachtoffer
(kan het gevaar geheven worden? Blijvend gevaar dan verplaatsing van het slachtoffer)
2. Wat is er gebeurd?
- Vraag aan slachtoffer en omstanders
- Controleer vitale functies: bewustzijn, ademhaling en circulatie
- Kijk/vraag naar plaatselijk letsel
3. Stel het slachtoffer gerust
- Zorg dat het slachtoffer je ziet
- Naast hem knielen als hij ligt
- Oogcontact maken
- Noem je naam en zeg dat je EHBO hebt
- Zeg bij elke stap wat/waarom je iets gaat doen op een rustige toon. (het slachtoffer
kan je wellicht nog horen)
- Geef zo nodig beschutting
- Praat op gelijke hoogte
- Eventueel aanraken door hand op schouder of hand vasthouden
- Wonden afdekken met verband want veel bloed kan paniek geven.
4. Indien nodig hulpdiensten inschakelen
Huisarts = klein letsel waar deskundige kijk gewenst is
Huisartsenpost = bij onbereikbaarheid van huisarts wanneer deskundig kijk gewenst is
Ambulance = wanneer snel deskundige hulp noodzakelijk is mobiel op luidspreker
zetten!!
5. Help het slachtoffer op plaats van ongeval
- Verplaats alleen bij gevaar
- Bij verplaatsen gebruik maken van de vervoersgreep Reautek (meestal als je alleen
bent)
,Controleer de vitale functies
- Bewustzijn
- Ademhaling
- Circulatie (hart)
Bewustzijn controle
Iemand die goed bij bewustzijn is noem je alert wanneer:
- Hij goed wakker is en op zijn omgeving reageert
- Hij goede antwoorden geeft op je vragen
Iemand die bij bewustzijn is maar niet alert wanneer:
- Hij verward, sloom, suf, niet goed wakker is, anders reageert dan normaal, om
een onduidelijke reden agressief is.
- Niet of nauwelijks reageert op zijn omgeving: hij lijkt diep in gedachten te zijn.
- Hij met onduidelijke geluiden reageert, kreunt, ongerichte bewegingen.
Iemand is bewusteloos wanneer:
- Hij niet reageert op schudden aan de schouders en aanspreken
- Hij onderuit gezakt of scheef zit of ligt.
Als iemand bij bewustzijn is dan vervolg je met beoordelen van de ademhaling.
Bewusteloos
Wat zie of hoor je?
- Heeft hij zijn ogen open
- Voelt hij slap aan
- Reageert het hij op aanspreken of schudden aan schouder
- Geeft het slachtoffer goede antwoorden (blijft die Tom heten)
- Blijven bevindingen constant
Wat doe je?
- Bel 112 en zet hem op de luidspreker.
- Controleer de ademhaling als die op zijn rug ligt.
- Laat iemand een AED halen.
, Ademhaling controle ABC methode
Je controleert de ademhaling van het slachtoffer door:
- Leg het slachtoffer op de rug door de buik-rug methode.
- Leg het hoofd recht
- Leg 1 hand op het voorhoofd en duw daarna met 2 vingers tegen de kin het hoofd
een stukje naar achter van het slachtoffer.
Beoordeel de ademhaling door maximaal 10 seconden te kijken, luisteren en te voelen.
Kijk = of de borstkas omhoog komt
Luister = bij de mond en de neus of je ademhaling hoort
Voel = met je wang of het slachtoffer er lucht tegen uitademt.
De ademhaling van het slachtoffer is normaal wanneer:
- Bij de mond ademklucht voelbaar is.
- Bij de mond en neus klinkt de ademhaling rustig en zacht
- Je geen rochelende of gierende geluiden hoort
- De borst en/of buik regelmatig op en neer gaan
- Het slachtoffer geen benauwde indruk maakt.
De ademhaling van het slachtoffer is niet-normaal wanneer:
- Ademlucht niet of slechts af en toe voelbaar is
- Je rochelende of gierende geluiden hoort
- De buik en/of borst niet, of nauwelijks op en neer gaan.
Bewusteloos en normale ademhaling stabiele zijligging
Wat zie of hoor je?
- Het slachtoffer is bewusteloos, maar dit is niet het gevolg van een ernstig
ongeval.
- Zijn borst en buik gaan regelmatig op en neer.
- Ademhaling klinkt normaal en voelt regelmatig ademlucht bij de mond.
Wat doe je?
- Maak knellende kleding aan de hals van het slachtoffer los.
- Draai het slachtoffer in een stabiele zijligging
- Controleer regelmatig of het slachtoffer nog normaal ademt: blijf op hem letten
en controleer elke minuut de ademhaling.